Noordende 28, 5701 SR Helmond Tel. 0492 - 52 70 80 info@boumanadvocaten.nl

ECLI:NL:RBNNE:2014:2579

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 14-05-2014
Datum publicatie 22-05-2014

Zaaknummer 115715

Rechtsgebieden
Civiel recht

Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig

Inhoudsindicatie
Whiplash, causaal verband psychiatrie

4.7.

Ten aanzien van de stelplicht en bewijslast voor subjectieve gezondheidsklachten na een ongeval geldt het navolgende (vgl. het arrest van het Hof Leeuwarden van 10 augustus 2010, LJN BN3975 en zie ook Hoge Raad 8 juni 2001, LJN AB2054 / NJ 2001, 433). De benadeelde dient in het geval van betwisting te bewijzen dat hij aan gezondheidsklachten lijdt; het enkele feit dat het klachten betreft die naar hun aard subjectief zijn, betekent niet dat het bewijs ervan niet geleverd kan worden. Voor het bewijs van (min of meer) subjectieve gezondheidsklachten is niet vereist dat de klachten in die zin worden "geobjectiveerd", dat ze met gebruikmaking van in de reguliere gezondheidszorg algemeen aanvaarde onderzoeksmethoden en overeenkomstig de door de desbetreffende medische beroepsgroep vastgestelde standaarden en richtlijnen worden vastgesteld. Voldoende is dat objectief kan worden vastgesteld dat deze klachten reëel, niet ingebeeld, niet voorgewend en niet overdreven zijn. Dat zal - onder meer, maar niet uitsluitend, omdat het bewijs van subjectieve gezondheidsklachten ook op andere wijze geleverd kan worden - het geval kunnen zijn wanneer uit een deskundigenrapport volgt dat de klachten niet gesimuleerd of overdreven zijn. Indien door de benadeelde in juridische zin het bewijs van de subjectieve gezondheidsklachten is geleverd, mogen aan het bewijs van het oorzakelijk verband tussen het ongeval en deze klachten geen al te hoge eisen worden gesteld, in die zin dat het ontbreken van een specifieke, medisch aantoonbare verklaring voor de klachten niet in de weg staat aan het oordeel dat het bewijs van het oorzakelijk verband geleverd is. Indien komt vast te staan dat het slachtoffer voor het ongeval deze gezondheidsklachten niet had, de gezondheidsklachten op zich door het ongeval veroorzaakt kunnen worden en een alternatieve verklaring voor de gezondheidsklachten ontbreekt, zal het bewijs van het oorzakelijk verband daarmee veelal geleverd zijn. Het enkele feit dat het (voort)bestaan van de subjectieve gezondheidsklachten (al dan niet mede) het gevolg is van somatiseren door het slachtoffer, betekent niet dat het causaal verband tussen deze klachten en het ongeval ontbreekt. Dat is anders wanneer het slachtoffer van het somatiseren in redelijkheid een verwijt kan worden gemaakt of wanneer aannemelijk is dat, gelet op de psychische constitutie van het slachtoffer, ook zonder het ongeval door somatisering vergelijkbare gezondheidsklachten zouden zijn ontstaan. Voor het bewijs van het bestaan van subjectieve gezondheidsklachten en van het verband tussen deze klachten en het ongeval is dus niet noodzakelijk dat bij het slachtoffer op basis van de geldende standaarden een erkend ziektebeeld wordt vastgesteld. Dat de diagnose postwhiplashsyndroom op basis van de thans geldende NVvN niet (meer) kan worden vastgesteld is dan ook niet doorslaggevend. Het in neurologische zin ontbreken van beperkingen betekent dus niet steeds dat evenmin in juridische zin geen sprake kan zijn van (aan het ongeval toe te schrijven) beperkingen.

4.8.

Op basis van voornoemde uitgangspunten kan naar het oordeel van de rechtbank door middel van de rapporten van neuroloog [ddd] en psychiater [fff] voldoende objectief worden vastgesteld dat de klachten van [eiser] reëel, niet ingebeeld, niet voorgewend en niet overdreven zijn. Neuroloog [ddd] stelt in zijn rapport van 16 januari 2011, zakelijk weergegeven, namelijk de diagnose dat de chronische intermitterende nek- en hoofdpijnklachten van [eiser] ongevalsgevolg zijn omdat [eiser] deze klachten heeft na een weke delen letsel van de halswervelkolom en het bekend is dat dergelijke klachten na een vergelijkbaar ongeval kunnen voorkomen waarbij het exacte mechanisme onduidelijk is. Psychiater [fff] stelt in zijn rapport van 26 augustus 2009 dat de klachten van [eiser] op psychisch gebied, met name moeheid en concentratieproblemen hem sterk gecorreleerd lijken aan het ongeval. Psychiater [fff] stelt in dat rapport verder dat [eiser] in zijn draagkracht met betrekking tot het verdragen en hanteren van spanningen duidelijk is beperkt en dat dit tot uiting komt in het ervaren van stress, somatische spanningsequivalenten (trillen) en dat dit leidt tot vermijdingsgedrag. Psychiater [fff] betrekt in zijn rapport ook het trillen van het rechterbeen van [eiser]. Hij meldt daarover in zijn rapport dat geen verklaring kan worden gevonden voor (pseudo-) epilepsie-aanvallen bij [eiser]. Psychiater [fff] meldt niet dat sprake is van simulatie of aggravatie, hij vermeldt dat het verkrijgen van zekerheid over de etiologie van niet te objectiveren klachten niet mogelijk is maar dat er geen (positieve) aanwijzingen zijn dat [eiser] zijn klachten voorwendt of inbeeldt.

De rechtbank kent aan deze deskundigenrapporten meer waarde toe dan aan de andere overgelegde rapporten (waaronder die van behandelend psycholoog [jjjj]) omdat de rapporten van neuroloog [ddd] en psychiater [fff] in opdracht van zowel [eiser] als Univé zijn opgesteld waarbij overeenstemming is bereikt over de personen van de deskundigen en de aan de deskundigen te stellen vragen, de rapporten op correcte wijze tot stand zijn gekomen ([eiser] is onderzocht en partijen zijn in de gelegenheid gesteld op het conceptrapport te reageren), de rapporten consistent zijn en de conclusies van de rapporten deugdelijk zijn onderbouwd en Univé geen steekhoudende bezwaren tegen de inhoud van deze rapporten is ingebracht.

4.9.

Zoals hiervoor al is overwogen mogen aan het bewijs van het oorzakelijk verband tussen het ongeval en de gezondheidsklachten geen al te hoge eisen worden gesteld. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eiser] het bewijs van zijn subjectieve gezondheidsklachten geleverd. Uit de rapporten van neuroloog [ddd] en psychiater [fff] leidt de rechtbank namelijk af dat [eiser] voor het ongeval niet de gezondheidsklachten had waarop hij thans zijn schadevergoedingsvordering baseert. De rechtbank volgt Univé niet in haar zienswijze dat het tegendeel volgt uit het feit dat neuroloog [ddd] rapporteert dat [eiser] al 20 jaar migraine heeft. Uit de vermelding daarvan in het rapport van neuroloog [ddd] volgt dat de neuroloog dit aspect in zijn medisch oordeel heeft meegenomen. Neuroloog [ddd] komt desondanks tot de conclusie dat de chronisch intermitterende nek- en hoofdpijnklachten [ddd] in verband staat met het ongeval. De stelling van Univé dat het causaal verband tussen het ongeval en de chronisch intermitterende tendomyogene nek- en hoofdpijnklachten ontbreekt, omdat neuroloog [ddd] rapporteert dat hij geen stellig bewijs kan leveren dat voornoemde chronische klachten ongevalsgevolg zijn, wordt verworpen. Aan het bewijs van het oorzakelijk verband tussen het ongeval en deze klachten mogen namelijk geen al te hoge eisen worden gesteld, zoals hiervoor al is overwogen (zie ook r.o. 4.7.).

4.10.

Univé voert verder tot haar verweer aan dat het causaal verband tussen het ongeval en de psychische klachten niet uit het rapport van psychiater [fff] blijkt, omdat psychiater [fff] rapporteert dat het vanuit psychiatrische optiek niet mogelijk is een gefundeerd antwoord te geven of deze klachten ook hadden kunnen ontstaan als [eiser] het ongeval niet was overkomen.

4.11.

De rechtbank verwerpt dit door Univé gevoerde verweer omdat psychiater [fff] in zijn rapport heeft toegelicht dat het niet mogelijk is om zekerheid te verkrijgen over de etiologie van niet te objectiveren klachten als die van [eiser] en dat subjectieve beleving een belangrijke rol speelt. Ook wat betreft de psychische klachten geldt dat wanneer het bestaan van de – subjectief beleefde – klachten objectief kan worden vastgesteld - waarvoor de klachten reëel dienen te zijn, dat wil zeggen niet ingebeeld, niet voorgewend en niet overdreven, waarvan volgens psychiater [fff] sprake is, aan het bewijs van het causaal verband geen al te hoge eisen kunnen worden gesteld. Psychiater [fff] rapporteert immers dat er geen (positieve) aanwijzingen zijn dat [eiser] zijn klachten voorwendt of inbeeldt. Omdat voor het ongeval deze gezondheidsklachten niet bestonden, de gezondheidsklachten op zich door het ongeval veroorzaakt kunnen worden en een alternatieve verklaring voor de gezondheidsklachten ontbreekt, oordeelt de rechtbank dat het bewijs van het oorzakelijk verband is geleverd. Het enkele feit dat het (voort)bestaan van de subjectieve gezondheidsklachten (al dan niet mede) het gevolg is van somatiseren door het slachtoffer, betekent niet dat het causaal verband tussen deze klachten en het ongeval ontbreekt. Dat [eiser] van het somatiseren in redelijkheid een verwijt kan worden gemaakt is niet gebleken.

4.12.

Evenmin is aannemelijk geworden dat [eiser] ook zonder het ongeval te kampen zou hebben gekregen met somatische spanningsequivalenten (de aanvallen van [eiser] die gepaard gaan met trillen), nu psychiater [fff] rapporteert dat het niet waarschijnlijk is dat deze (ongedifferentieerde somatoforme) stoornis al voor het ongeval aanwezig was en hij in zijn rapportage de brief van 3 november 2005 van neuroloog Engstrom aanhaalt die in deze brief -kort gezegd- vermeldt dat het meest waarschijnlijk is dat de aanvallen die beschreven worden spanningsaanvallen zijn, hetgeen niet ongebruikelijk is in de situatie waarin [eiser] verkeert. De stelling van Univé dat psychiater [fff] geen verband aanwezig acht tussen het ongeval en de aanvallen van trillen is dan ook niet juist. Nu voorts vaststaat dat neuroloog Engstrom in 2005 na medische onderzoek geen (andere) verklaring heeft gevonden voor de (pseudo-)epilepsie aanvallen (dan dat het spanningsklachten zijn) volgt de rechtbank Univé evenmin in haar stelling dat thans nog nader onderzoek hiernaar dient plaats te vinden.

4.13.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het bewijs van het oorzakelijk verband tussen het ongeval en de gezondheidsklachten van [eiser] geleverd. Voor het benoemen van een neuroloog en een neuropsycholoog -zoals verzocht door Univé - is dan ook geen plaats. Bij de berekening van de schade moet worden uitgegaan van de beperkingen zoals die zijn omschreven in de tweezijdige rapportages van neuroloog [ddd] en psychiater [fff]. De rechtbank zal thans ingaan op de afzonderlijk door [eiser] gevorderde schadeposten.

Heeft u een vraag?

U kunt uw vraag stellen via het formulier, wij zullen dan zo spoedig mogelijk contact met u opnemen.

Of bel:

0492 - 52 70 80

Vragenformulier

  1. (*)
    Ongeldige invoer
  2. (*)
    Ongeldige invoer
  3. (*)
    Ongeldige invoer
  4. Ongeldige invoer
  5. Ongeldige invoer

Het eerste gesprek
van een half uur
is gratis conform togatarief

Togatarief

De term komt uit Nederland en staat voor 'Tarief Oriënterend Gesprek Advocaat'. Natuurlijk verwijst het ook naar de toga die advocaten in de rechtbank dragen.

Het togatarief dekt het oriënterend gesprek waarbij in een halfuur uw probleem wordt onderzocht, u een eerste advies krijgt omtrent de haalbaarheid van wat u verlangt, de grote lijnen en een oplossing en de te volgen werkwijze. 

Lees meer